Over der Steur, Rutte en de tweede kamer
De Teevendeal is misschien de zuiverste casus van informatie die zelf het politieke probleem werd
De oorspronkelijke zaak ging over een deal die Fred Teeven in 2000 als officier van justitie met drugscrimineel Cees H. sloot. De Belastingdienst werd bewust buiten de regeling gehouden en de overeenkomst bevatte zelfs “volstrekte geheimhouding” richting belastingautoriteiten. Jaren later werd niet meer alleen de inhoud van de deal het probleem, maar vooral wat de politieke leiding wist en wat de Kamer daarover kreeg te horen. Minister Opstelten meldde dat het exacte bedrag niet meer te achterhalen was. ICT'ers bleken echter in 2014 dicht bij het terugvinden van het bewijs te zijn geweest, waarna de zoekactie “van hogerhand” werd stilgelegd; wie precies de opdracht gaf bleef onduidelijk. Nog sterker is de rol van Van der Steur. Als VVD-Kamerlid kreeg hij een conceptbrief te zien waarin Teevens herinnering aan ongeveer 4,8 miljoen gulden stond. Van der Steur kwalificeerde deze informatie als “zeer kwetsbaar”; de passage verdween uit de uiteindelijke brief. Later ontkende hij als minister dat hij die cruciale informatie had gekend. Nieuwsuur reconstrueerde dit op basis van zijn eigen e-mail. Daarmee ontstaat: informatie bestaat → politiek risico wordt herkend → informatie krijgt label “kwetsbaar” → informatie verdwijnt uit communicatie → Kamer redeneert verder vanuit een kleinere informatiebasis. Dat is fundamenteler dan gewoon liegen. De formele informatie die overblijft kan afzonderlijk verdedigbaar lijken, terwijl juist de verwijderde relatie de betekenis verandert.
Lees verderBekijk openbare bron ↗